Yogapad Patanjali

‘Yogas citta vrtti nirodhah – Tada drastuh svarupe vasthanam.’
(Yoga is het stil leggen van de wervelingen van de geest zodat de ziener thuis kan komen bij zichzelf.)

Het yogapad van Patanjali. Op schrift gezet (meer dan 2000 jaar terug) in 196 sutra’s. Hiervoor werd het yogapad uitsluitend mondeling doorgegeven van leraar op leerling. De sutra’s zijn een richtlijn voor wie zichzelf ten diepste wil ont-dekken, veelomvattend en diepzinnig van aard.

Yoga is een ‘ervaringsleer’. Dat wil zeggen door het yogapad te beoefenen en je te verdiepen in de sutra’s (contemplatie) kunnen ze hun diepere lagen beetje bij beetje aan je onthullen.

Wil je de yogasutra’s van Patanjali bestuderen, de uitgave ‘Zien door Yoga’ met uitleg van Jogchum Dijkstra en Salvatore Cantore is een toegankelijke versie, rechtstreeks vanuit het Sanskriet vertaald. Hieronder, in het kort, de acht leden die (bij daadwerkelijke beoefening) leiden naar steeds meer inzicht in jezelf en bevrijding in je dagelijks leven.

1. Yama of hoe ga je om met anderen en de wereld om je heen.
-Ahiṁsā- niet beschadigen-niet kwetsen-geweldloosheid, naar alle levende wezens, dus ook naar jezelf. Volgens Yoga en de yogi begint alles met geweldloosheid. Dit is niet iets wat zomaar vanzelf aanwezig is in een ieder van ons. Geweld komt vaak voort uit angst, angst voor het onbekende. Het is nodig dat je geest een omschakeling maakt naar de positieve krachten in je zoals tolerantie, compassie en liefde.
Die omschakeling brengt het toegewijd beoefenen van het yogapad met zich mee. Ahimsa kun je zien als de voedingsbodem van alle stappen die je zet op het pad van yoga.
-Satya- waarachtigheid, eerlijk en transparant zijn, ook in woorden en gedachten. Geen genoegen nemen met schijn.
-Asteya- niet stelen, anderen respecteren, je eigen wijsheid en inzichten laten rijpen door ervaren.
-Brahmacharya- kuisheid, het transformeren van de seksuele energie naar spirituele kracht.
-Aparigraha- niet grijpen-onbegerigheid, inzien dat bezittingen niet wezenlijk zijn voor je persoonlijkheid. Je begeert niet meer dan je nodig hebt, en dat is weinig.

2. Niyama of hoe ga je om met jezelf.
-Śauca- zuiverheid, binnen en buiten, voeding, lichaam en geest alsmede de plaats en ruimte van meditatie.
-Saṃtoṣa- tevredenheid, niet meer begeren dan wat voorhanden is.
-Tāpas- vurige inzet, met liefde en toewijding de (yoga)disciplines volgen als voorbereiding.
-Svādhyāyā– zelfonderzoek of zelfstudie, zelfinzicht ontwikkelen en filosofie of geschriftenstudie door middel van meditatie/contemplatie.
-Īśvarapraṇidhāna – Overgave aan het goddelijke, bhakti of devotie, dit is een staat van genade.

3. Āsana, lichaamshoudingen, door ontspande inspanning één worden met het eindeloze. Āsana als voorbereiding op innerlijke stilte en meditatie.


4. Prāṇāyāma, adembeheersing, oefeningen om de prāṇa (levensenergie) te beheersen, hierdoor treden veranderingen op in de geest. Je ontwikkelt innerlijke stilte, je wordt steeds minder speelbal van je uiterlijke omstandigheden.

5. Pratyāhāra, terugtrekken van de zintuigen, het naar binnen keren als voorbereiding op meditatie.

6. Dhāraṇā, het bundelen van de aandacht, éénpuntigheid ontwikkelen. Aandacht op een inwendig (zoals bijvoorbeeld de adem of mantra) of uitwendig object.


7. Dhyana, dit is de staat van meditatie, je bent je niet meer bewust van concentratie en lichaam.

8. Samādhi, het éénzijn met God, Kosmos, Bron, Absolute of hoe je Dat wilt noemen. Vrijheid, het bewustzijn is niet langer persoonlijk, maar bovenpersoonlijk. 

Er zijn verschillende staten van Samādhi.

Hieronder een inspirerende film van 60 minuten ‘Maya, the illusion of the Self’.
(Via de instellingen rechtsonder kun je eventueel de NL ondertiteling aanzetten, nadat je de film gestart hebt)