Achtvoudig pad

Hieronder heel in het kort het achtvoudig yogapad van Patanjali. Patanjali is degene geweest die het yogapad voor het eerst heeft opgeschreven (meer dan 2000 jaar terug) in 196 sutra’s. Hiervoor werd het yogapad mondeling doorgegeven van leraar op leerling. De sutra’s zijn een richtlijn voor wie zichzelf ten diepste wil ont-dekken veelomvattend en diepzinnig van aard. Voor mij was de kennismaking met de sutra’s als een explosie in mezelf.
Yoga is een ‘ervaringsleer’. Dat wil zeggen door het yogapad te beoefenen en je te verdiepen in de sutra’s kunnen ze hun diepere lagen beetje bij beetje aan je onthullen.

1. Yama of hoe ga je om met anderen en de wereld om je heen.
-Ahiṁsā- niet beschadigen, naar alle levende wezens, dus ook naar jezelf!
-Satya- waarachtigheid, eerlijk en transparant zijn, ook in woorden en gedachten. Geen genoegen nemen met schijn.
-Asteya- niet stelen, anderen respecteren, je eigen wijsheid en inzichten laten rijpen door ervaren.
-Brahmacarya- celibaat of de seksuele energie in dienst stellen van de spirituele energie, het transformeren van energie.
-Aparigraha- onbegerigheid, het inzien dat bezittingen niet wezenlijk zijn voor je persoonlijkheid. Je begeert niet meer dan je nodig hebt, en dat is weinig.

2. Niyama of hoe ga je om met jezelf.
-Śauca- zuiverheid, binnen en buiten, voeding, lichaam en geest alsmede de plaats en ruimte van meditatie.
-Saṃtoṣa- tevredenheid, niet meer begeren dan wat voorhanden is.
-Tāpas- vurige inzet, met liefde de disciplines volgen als voorbereiding.
-Svādhyāyā– zelfonderzoek of zelfstudie, zelfinzicht ontwikkelen en filosofie of geschriften studie door middel van meditatie.
-Īśvarapraṇidhāna – Overgave aan het goddelijke, bhakti of devotie, dit is een staat van genade.

3. Āsana, lichaamshoudingen, door ontspande inspanning één worden met het eindeloze. Āsana als voorbereiding op innerlijke stilte en meditatie.


4. Prāṇāyāma, adembeheersing, oefeningen om de prāṇa (levensenergie) te beheersen, hierdoor treden veranderingen op in de geest. Je ontwikkelt innerlijke stilte, je wordt steeds minder speelbal van je uiterlijke omstandigheden.

5. Pratyāhāra, terugtrekken van de zintuigen, het naar binnen keren als voorbereiding op meditatie.

6. Dhāraṇā, het bundelen van de aandacht, éénpuntigheid ontwikkelen. Aandacht op een inwendig (zoals bijvoorbeeld de adem of mantra) of uitwendig object.


7. Dhyana, dit is de staat van meditatie, je bent je niet meer bewust van concentratie en lichaam.

8. Samādhi, het éénzijn met God, Kosmos, of hoe je Dat wilt noemen. Vrijheid, het bewustzijn is niet langer persoonlijk, maar bovenpersoonlijk. 

Er zijn verschillende staten van Samādhi.

Wil je de yogasutra’s van Patanjali bestuderen, de uitgave ‘Zien door Yoga’ met uitleg van Jogchum Dijkstra en Salvatore Cantore is een toegankelijke versie, rechtstreeks vanuit het Sanskriet vertaald.

Hieronder een inspirerende film van 60 minuten ‘Maya, the illusion of the Self’.